Over zorg, wonen en ruimte

Mensen met zorgnoden willen zo lang ze kunnen in hun eigen huis blijven wonen. Het welzijns- en zorgbeleid zet daarom al jaren in op een differentiatie van haar aanbod, zodat er naast een residentieel aanbod een ruim aanbod aan thuiszorgondersteuning, dagopvang en wonen met ondersteuning bestaat.

Sensibiliseren om mensen zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen is dus niet nieuw. De focus van het zorgbeleid schuift de laatste jaren evenwel op van het (t)huis naar de buurt. Dit is de schaal die aansluit bij de twee belangrijkste beleidslijnen in de zorg: vermaatschappelijking van de zorg en persoonsvolgende financiering.

De vermaatschappelijking van de zorg is het streven om mensen met beperkingen, chronisch zieken, kwetsbare ouderen, jongeren met gedrags- en emotionele problemen, mensen die in armoede leven … een eigen zinvolle plek in de samenleving te laten innemen. De persoonsvolgende financiering hangt nauw samen met de vermaatschappelijking van de zorg. De zorg integreren in de samenleving en de nadruk meer op zelfregie en het informele netwerk van de gebruiker leggen, verlegt de focus van thuis naar de buurt. In de buurt komen acties van alle beleidsvelden samen (wonen, ruimte, mobiliteit, onderwijs, economie …). Dit artikel gaat dieper in op de relatie tussen zorg, ruimte en wonen. Hoe kunnen mensen zo lang mogelijk in de eigen buurt wonen en hoe kunnen ruimte, woningen en voorzieningen zo georganiseerd en ingericht worden dat zorg er een vanzelfsprekend deel van wordt?

Bouw levensloopbestendig

Binnen WVG (Welzijn, Volksgezondheid en Gezin) is er in de verschillende sectoren al een breed hulp- en dienstverleningsaanbod van thuis tot voorziening, gaande van thuiszorg tot dag- en residentiële opvang. Dit maakt al een en ander mogelijk, maar nog beter is te bekijken hoe het bouwen of verbouwen van huizen meteen aangepast kan gebeuren. Dit gaat bijvoorbeeld over toegankelijkheid en domotica, Het volstaat soms al om de mogelijkheden te voorzien, zonder dat alles direct in gebruik is. Dit vraagt ook een alertheid in de opleiding van architecten.

Om het levensloopbestendig bouwen te integreren in de bouwcultuur zouden bouwpromotoren gestimuleerd of opgelegd kunnen worden om woningen/appartementen geheel of gedeeltelijk toegankelijk of levensloopbestendig te bouwen. Dat kan de noodzaak om aparte aangepaste woningen te bouwen voor de mensen met nood aan zorg (bvb. assistentiewoningen) in een ander perspectief plaatsen.

Goede voorbeelden van levensloopbestendige woningen zijn onder meer de Pilootprojecten Onzichtbare Zorg die voormalig minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen en voormalig Vlaams Bouwmeester Peter Swinnen in 2013 lanceerden op zoek naar innoverende zorgconcepten die nu gebouwd zijn of worden. Onder andere in de projecten van Sint-Anna in Sint-Truiden en van ASTOR in Geel.

Creëer en faciliteer een grotere diversiteit aan woontypologieën

Naast levensloopbestendige woningen is er ook nood aan een grotere diversiteit aan woontypologieën. Het kan immers ook zijn dat mensen in een bepaalde levensfase of door een bepaalde (zorg)situatie toch meer baat hebben bij een andere woning. Om het aanbod aan nieuwe woonvormen te verhogen en te faciliteren, zet het Vlaamse woonbeleid deze legislatuur dan ook een traject op met drie werksporen, die met elkaar interageren:

  • een aangepast juridisch kader voor nieuwe woonvormen creëren;
  • leren uit experimenten met nieuwe woonvormen;
  • geïnteresseerden informeren en inspireren.

Het aangepast juridisch kader creëren gebeurt gefaseerd door eerst de knelpunten binnen het beleidsveld Wonen (lopend) te onderzoeken, dan deze van andere Vlaamse beleidsvelden en tot slot deze van het federaal niveau.

In dit kader loopt ook de proefomgeving nieuwe woonvormen, waarvoor toenmalig minister van Wonen Liesbeth Homans in 2017 een oproep lanceerde. Aanleiding voor deze oproep was dat experimentele woonvormen dikwijls moeilijkheden ondervinden om te starten binnen het bestaande kader, doordat de regelgeving (nog) niet is aangepast aan nieuwe evoluties en trends. Kenmerkend aan de proefomgeving is dan ook het regelluwe kader waarin de innoverende woonvormen zich kunnen ontwikkelen.

Op 1 februari 2018 gingen 28 geselecteerde projecten van start binnen zo'n proefomgeving voor een periode van zes jaar, verlengbaar met vier jaar. Verschillende projecten richten zich op een doelgroep met specifieke zorgnoden in een context van gemeenschappelijk wonen.

Enkele inspirerende projecten:

Symbiosis - de Living Antwerpen, Gent en Oostende: Solidaire woongemeenschappen met een erfgoedcomponent voor 55-plussers

Housing Apart Together – WZC Mandana Genk: kleinschalig woonzorgcentrum voor mensen met dementie.

Breek zorgvoorzieningen open naar de buurt

Een aangepast en meer divers woonaanbod is een belangrijke eerste stap. Dit neemt niet weg dat er mogelijk nood blijft bestaan aan een bepaalde schaal om zware zorg betaalbaar en efficiënt te kunnen verlenen. Wel moeten deze voorzieningen zich aanpassen aan het veranderende landschap ten gevolge van de persoonsvolgende financiering. Eén antwoord op deze vraag is meer en meer functies vermengen binnen één gebouw. Zorggebouwen, en bij uitbreiding vele gebouwen in Vlaanderen, zijn monofunctioneel gebouwd. Toch hebben deze zorggebouwen (ziekenhuizen, woonzorgcentra …) in vele gevallen voor hun gebruikers al functies die ook bruikbaar kunnen zijn voor de buurt, maar enkel of vooral gebruikt worden voor de specifieke functie en gebruikers van dat gebouw. Naast de sociale interactie biedt multifunctioneel bouwen immers ook een economisch voordeel: je kunt met dezelfde infrastructuur verschillende doelen dienen. Je hoeft bijvoorbeeld geen drie sporthallen te bouwen als je er eentje kunt delen.

Onze bevolking, en ook het aantal zorgbehoevenden zal de komende decennia alleen maar toenemen. Zoals het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) stipuleert zal er dus meer moeten gerealiseerd worden op dezelfde of zelfs minder oppervlakte, wat de nood aan delen en samen bouwen alleen maar groter maakt. WVG heeft daartoe een traject doorlopen met de verschillende WVG-entiteiten. Dit resulteerde in het BVR Multifunctionele infrastructuur. Dit besluit heeft infrastructuurnormen van welzijns- en zorggebouwen beter op elkaar afgestemd en biedt de mogelijkheid om, waar mogelijk, af te wijken van infrastructuurnormen.

Buurt en omgeving

Als het eigen huis niet meer geschikt blijkt en men kan verhuizen naar een andere, meer aangepaste woning of voorziening, blijkt het voor veel mensen belangrijk dat ze een beroep kunnen blijven doen op hun sociale netwerk en dus liefst in de eigen buurt blijven wonen. De buurt is een schaalniveau waar veel samenkomt. Het is bevattelijk voor de burger en ook beleidsmatig kan het sturend zijn om verschillende sectoren, niveaus en beleidsintenties op elkaar af te stemmen.

Samengevat

Creëer multifunctionele en levensloopbestendige woonomgevingen die bijdragen tot solidaire, levendige buurten waar personen met om het even welke zorgvraag op een gelijkwaardige manier kunnen gebruikmaken van wat de buurt te bieden heeft. Zorg in die buurt ook voor sociale infrastructuur, zoals een café, een dienstencentrum en speelpleintjes zodat mensen elkaar kunnen ontmoeten en hun sociaal netwerk kunnen versterken.

Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV): 10 kernkwaliteiten voor ruimtelijke kwaliteit

De Strategische Visie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) wil deze woonomgeving mee vormgeven en meer mensen toegang geven tot levendige buurten, die vlot bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, met de fiets en te voet en waar je terecht kunt voor dagelijkse voorzieningen. Door de verspreide bebouwing is het helaas geen haalbare kaart om in de buurt van elke woning in Vlaanderen een apotheek of bakker te voorzien. Investeringen in zorgvriendelijk wonen gebeuren daarom het beste op plekken die nu of in de toekomst een stabiel voorzieningenniveau kunnen dragen. Zo kunnen op termijn meer mensen beschikken over nabije basisvoorzieningen (zie ook de ‘15-minutenbuurten’) en een duurzaam sociaal buurtnetwerk.

Een van de achterliggende ambities is om meer mensen op wandel-/fietsafstand van hun woning te laten beschikken over (basis)voorzieningen. Het ruimtelijk beleid wil dit bereiken door het ruimtelijk rendement op goed gelegen plaatsen te verhogen. In mensentaal: een bakker of school zal kunnen openblijven als er in de buurt genoeg klanten of leerlingen (blijven) wonen.

Het ruimtelijk rendement (meer doen met dezelfde ruimte) verhogen kan door een combinatie van intensivering (meer woningen per km²), verweving (inclusief gemeenschappelijk gebruik, multifunctioneel bouwen …), hergebruik en tijdelijk ruimtegebruik. Belangrijk is dat het hier niet alleen gaat om verdichting, maar om de creatie van een kwalitatieve leefomgeving. Het is niet enkel meer kwantiteit, maar ook meer kwaliteit per m².

Met de tien kernkwaliteiten reikt de strategische visie van het BRV een kader aan om onze leefomgeving kwalitatief in te richten. Gezondheid en inclusief samenleven zijn twee van deze kernkwaliteiten. Door de blootstelling aan lucht- en geluidshinder te vermijden en de beweeg- en spelvriendelijkheid te bevorderen, dragen we door de ruimtelijke inrichting bij aan de beperking van de gezondheidsrisico’s. In een inclusieve samenleving kan iedereen tot zijn recht komen. Er moet ingezet worden op:

  • toegankelijk groen,
  • toegankelijke en veilige publieke ruimte,
  • toegankelijke gebouwen,
  • toegang tot basisvoorzieningen.

Om bij het werken aan gebiedsvisies en projecten aan de slag te kunnen gaan met de tien kernkwaliteiten, werkt het departement Omgeving aan een leidraad die handvaten biedt om een kwaliteitsdialoog op basis van de tien kernkwaliteiten te voeren. De leidraad richt zich in de eerste plaats tot professionele procesbegeleiders, maar kan inspirerend zijn voor iedereen die via overleg en participatie wil werken aan een betere leefomgeving bij ruimtelijke ontwikkelingen. Ter ondersteuning en aanvulling van deze leidraad wordt ook druk gewerkt aan een webportaal: ‘Aan de slag met de tien kernkwaliteiten’.

Ontwerp de woonomgeving van de toekomst

Om bovenstaande ambities te realiseren, ligt er een grote opgave in het toekomstbestendig ontwerpen van onze woonomgevingen. Enerzijds moeten we volop inzetten op verdichting en verweving om ons (ondoordacht) ruimtegebruik strategisch te herdenken. Anderzijds worden ontwerpers geconfronteerd met sterk veranderende woonbehoeften als gevolg van demografische transities zoals gezinsverdunning en vergrijzing. Willen we in het oog van de demografische en duurzaamheidsuitdagingen onze omgevingen leefbaar en toekomstbestendig maken, dan moeten we ons ook volop bewust zijn van de impact die de omgeving heeft op de gezondheid van haar bewoners.

Samen met het Departement Omgeving onderzocht het onderzoeksteam Atelier Romain, PPUL en Osar hoe we toekomstbestendige leefomgevingen kunnen ontwerpen zodat deze bijdragen aan de gezondheid van haar bewoners. Dit onderzoek resulteerde in een richtlijnenboek dat aan de hand van zeven grote ambities handvaten aanreikt om omgevingen gezond en toekomstbestendig in te richten.

Conclusie

Er gebeurt in de verschillende beleidsvelden al heel wat rond ruimte, wonen en zorg. Gezamenlijke inspanningen van deze drie beleidsvelden, mogelijk ook met andere partners, kan leiden tot innoverende oplossingen, die elk apart niet of moeilijker te realiseren zouden zijn. Dit artikel kan een uitnodiging zijn om het gesprek verder aan te gaan.

>> Dit artikel werd geschreven door Christophe Cousaert, beleidsadviseur Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, Sofie Houvenaghel, beleidsmedewerker Agentschap Wonen , Nina Van Acker, beleidsmedewerker Agentschap Wonen en Emilie Verwimp, beleidsmedewerker Departement Omgeving. Het verscheen eerder in www.connect-to-viewz.be