Extra middelen voor jeugdhulp

Intersectoraal jaarverslag jeugdhulp

Het tweede intersectorale jaarverslag van de jeugdhulp bevestigt de tendensen van een nieuw jeugdhulplandschap: kinderen, jongeren en hun gezinnen maken steeds meer gebruik van de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. De jeugdhulp komt steeds meer de gezinnen via onder andere contacten bij het CLB, CAW en Kind & Gezin. Daarom versterkt Vlaams minister Jo Vandeurzen, de jeugdhulp met een extra injectie van 25.000.000 euro. Hierdoor kunnen meer dan 5.000 extra gezinnen, kinderen en jongeren ondersteund en begeleid worden.

De integrale jeugdhulp is sinds maart 2014 een feit. De jeugdhulp zoals die door de Vlaamse overheid wordt georganiseerd, is de samenwerking op het terrein tussen zes hoofdrolspelers: Jongerenwelzijn, Kind en Gezin, het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH), de Centra Geestelijke Gezondheidszorg (CGG), de Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) en de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB).

Het aantal jongeren dat op een wachtlijst staat in de jeugdhulp is in 2016 met een derde gedaald, meer bepaald van 7.347 in 2015 naar 4.922 in 2016. De opvallende daling is wel vooral te verklaren door een soort 'uitzuivering' van de wachtlijst. Men is namelijk nagegaan hoe actueel de hulpvraag van elke jongere nog was en heeft zo een wachtlijst kunnen opstellen die beter overeenstemt met de realiteit.

Maar het jaarverslag toont vooral aan dat de noden in de sector groot blijven. Zo is er bijvoorbeeld de opvallende stijging bij de de crisismeldpunten. Vlaanderen telt zes crisismeldpunten voor jongeren die in een acute noodsituatie zitten. De meldpunten bieden advies, begeleiding en - indien nodig - crisisopvang. In 2016 werden er 9.868 jongeren aangemeld, een toename met 28 procent tegenover de 7.679 in 2015. In vergelijking met 2013 gaat het om meer dan een verdubbeling.

Stefaan Van Mulders, administrateur-generaal van het Agentschap Jongerenwelzijn, noemt verschillende mogelijke verklaringen. Zo zijn de meldpunten bekender en laagdrempeliger geworden. Maar er is nog een mogelijke verklaring: het gebrek aan opvangcapaciteit in het reguliere aanbod, waardoor mensen hun toevlucht zoeken bij de crisismeldpunten. Onderliggend kunnen volgens Van Mulders ook maatschappelijke evoluties meespelen, denk bijvoorbeeld aan de stijgende kinderarmoede, de toename van het aantal kwetsbare eenoudergezinnen, complexere gezinssituaties,...

Het aanbod lijkt alvast overal onder druk te staan. Om toegang te krijgen op gespecialiseerde hulp staat een jongere gemiddeld zelfs 240 dagen op een wachtlijst. Dat gaat van gemiddeld 122 dagen bij Kind & Gezin tot gemiddeld 277 dagen bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH). En ook de wachttijden in de laagdrempelige hulp nemen toe. "Vanuit verschillende hoeken krijgen we daarover signalen", aldus Van Mulders.

Net omdat de druk op het aanbod blijft toenemen, wil minister Vandeurzen de sector een extra injectie van (recurrent) 25 miljoen euro per jaar geven. In 2018 is er een eerste schijf van jaarlijks 10 miljoen euro en in 2019 komt daar nog eens jaarlijks 15 miljoen euro bovenop. De grootste hap van het totaalbudget (15 miljoen euro) zal gaan naar laagdrempelige rechtstreeks toegankelijke hulp.

Die focus is op snelle en laagdrempelige hulp is een bewuste keuze. Op die manier wil de minister "korter op de bal spelen". Het is de bedoeling om sneller te kunnen ingrijpen wanneer dat nodig om zo ook latere crisissituaties of escalaties te voorkomen.

Topman Van Mulders is tevreden met de extra middelen. "Het is belangrijk dat de middelen worden opgedreven en dat die inspanning wordt voortgezet. Investeren in de jeugdhulp is geen bijkomende kost, maar heeft een terugverdieneffect", aldus Van Mulders.

Meer informatie is terug te vinden op www.jaarverslagjeugdhulp.be .

(Belga/kabinet Vandeurzen)